in

Ellen verwijt politie ‘victim blaming’ na ver krachting: ‘Je rokje was wel erg kort hoor’

Ellen (18) is slachtoffer geworden van een ernstig zedenmisdrijf in Apeldoorn en wil graag aangifte doen.

Dat proces verloopt naar haar gevoel uiterst moeizaam en geeft haar het idee dat de politie liever niet ziet dat ze aangifte doet. ,,Alsof het mijn eigen schuld is.’’

Een mooie, jonge dame is ze, het haar hoog in een staart, haar gezicht bleek. Met haar armen om haar middel geklemd, alsof ze zichzelf bij elkaar wil houden, zo zit Ellen* als ze haar verhaal vertelt van de nacht die haar leven voorgoed veranderde.

Die nacht was 23 juli. Ze werd verkracht en wil dat de dader wordt aangepakt. Dáárom vertelt ze haar verhaal.

Want tijdens de aangifte, die tweeënhalve week later plaatsvindt, geeft de politie haar, zegt ze, het gevoel dat het allemaal haar eigen schuld is, dat zij alles verkeerd heeft gedaan die nacht.

Het doen van de aangifte duurt vier uur. Als ze eenmaal weer buiten staat, begint ze pas echt boos te worden. Wat is er nu eigenlijk tegen haar gezegd?

”Ik heb overal ‘nee’ op gezegd, ik heb nergens enthousi­ast op gereageerd”
– Ellen, slachtoffer

Het zou moeilijk worden
Samen met haar vader zit ze aan tafel, hij is op van de zenuwen over de hele gang van zaken. Hoe de politie haar, maar ook hem heeft behandeld.

Waarom wordt het hen zo moeilijk gemaakt, vragen ze zich af. Waarom heeft Ellen het advies gekregen geen aangifte te doen, waarom is haar afgeraden sporenonderzoek te laten doen, waarom is er geen contact over het verloop van het onderzoek naar wat die nacht is gebeurd? En waarom duurt het ruim vier weken voordat getuigen worden gehoord?

Ellen: ,,Ze zeiden dat het hele proces heel lang zou duren, dat het moeilijk zou worden om te bewijzen, dat het misschien beter was geen aangifte en onderzoek te doen.

Het is dat mijn vader die nacht zijn advocaat belde voor advies, die benadrukte dat ik absoluut dat sporenonderzoek moest laten doen. Ik was zelf zo compleet van de wereld, dat ik het echt niet meer wist.”

De sfeer verandert
Terug naar de bewuste nacht. Remco*, de beste vriend van Ellen, geeft een feest. Zijn ouders zijn op vakantie.

Iedereen is zo tussen de 16 en 18, behalve één collega van Remco, die rond middernacht binnenkomt. Remco had hem uitgenodigd, al had hij hem nog niet eerder buiten het werk om gezien.

Vanaf het moment dat hij binnen is, verandert volgens aanwezigen met wie de Stentor sprak, de sfeer. De man is 35, groot en sterk en praat in bevelen.

Ellen voelt zich de hele avond door hem geïntimideerd, net als de andere vrienden. Ze zegt dat hij zijn zinnen op haar had gezet en niet meer van haar zijde wijkt. ,,Ik heb overal ‘nee’ op gezegd, ik heb nergens enthousiast op gereageerd.”

”De agent roept: ‘Ben jij het meisje dat gebeld heeft omdat ze bang was voor een man?’”
– Ellen, slachtoffer

,,Hij zei dat hij een vuurwapen had en ik zag iets in zijn zak zitten. Ik geloofde hem.” Tegen drie uur zegt ze dat ze naar huis gaat.

Ze is bang en wil niet dat de man haar brengt. Remco verzint een smoes dat Ellen naar een vriendin moet, om maar weg te zijn bij de man.

De man wordt boos, maar ze zit al bij Remco op de scooter en rijdt weg, de man achter hen aan. Inmiddels belt ze de politie.

Ze omschrijft de situatie, hun scooters, ze geeft de kentekenplaat van de man en zegt: ‘We zijn 16, 18 en een Turkse man van 35 met een vuurwapen, ik ben doodsbang en we zijn op weg naar de Rijnstraat ter hoogte van de Action’. De politie zegt dat ze komen.

Wat er vervolgens gebeurt, is achteraf moeilijk te begrijpen. Terwijl Ellen tijd zit te rekken op het verzonnen adres van de verzonnen vriendin, arriveert de politie.

Ellen is opgelucht, maar ook bang. De man had de hele avond al over de politie lopen schelden. ,,Ik dacht, nu ben ik veilig.”

De politie parkeert de wagen midden op de straat en de chauffeur stapt uit en loopt op hen af. Hij roept meteen: ,,Ben jij het meisje dat gebeld heeft omdat ze bang was voor een man?”

Boze ogen op haar gericht
Ellen schrikt, waarom vraagt hij dat op die manier? De hand van de man ligt op haar dijbeen en ze durft amper te bewegen. Remco staat er verloren bij.

,,Nee,” zegt ze, ,,Wat dan?” Ze hoopt dat hij nu het kenteken van de scooter ziet, want hij kijkt ernaar, ze hoopt dat hij nu ziet dat ze precies aan de beschrijving voldoen, ze staat aan de grond genageld en voelt de boze ogen van de man op haar gericht.

Ze denkt: nu gaat de politieagent zijn rijbewijs vragen, iets, waardoor ze opzij kan stappen en weg kan. Maar dat gebeurt niet en de agent zegt ,,fijne avond” en verdwijnt.

Lees ook  Emily (101 jaar) sterft na het breken van haar benen nadat verpleegster haar uit bed gooit

Dan is het duidelijk. Met een vuist gebald staat hij op een millimeter met zijn gezicht van Remco. Ze móet mee naar zijn huis en hij dwingt haar volgens Ellen bij hem achterop te stappen.

Zijn scooter is veel sneller dan die van Remco, die hen kwijtraakt. Wanhopig gaat hij bellen, naar de vader van Ellen en haar moeder.

 

Ik word ver kracht. AUB. 5e verdieping
,,In de lift van zijn flat probeert hij me te zoenen. Ik keer me af. Ik zeg steeds dat ik naar huis wil, maar hij luistert niet.”

Ze durft niets meer tegen te spreken, ze zegt niets meer, verstijft. In zijn flat stuurt ze een live locatie naar Remco.

Ze appt hem: ,,Ik word ver kracht. Remco. Aub. 5e verdieping.” Een knop in haar hoofd gaat om. Ze doet wat hij zegt. Wel zegt ze dat ze het niet wil. Later zijn haar knieën blauw.

Als hij klaar is, doet ze haar rok naar beneden, trekt haar leren jasje over haar ontblote bovenlichaam, ze laat alles liggen verder en gaat naar buiten. Daar zakt ze tegen een muurtje neer en komen de tranen.

Uit de belgeschiedenis van de telefoon van Ellens vader blijkt dat hij twee keer de politie belt. Een keer om 4.26 uur en later nog om 4.40 uur.

Het eerste belletje leidt niet tot actie, bij de tweede keer bellen dwingt en schreeuwt hij om naar zijn dochter te zoeken.

De agenten aan de telefoon zeggen volgens hem echter dat er niets aan de hand is. Hij blijft aandringen en stuurt ze naar de locatie die Remco van Ellen kreeg doorgestuurd.

”Ik dacht dat hij me iets aan zou doen, ook al stond die agent daar”
– Ellen

De politie en haar eveneens gealarmeerde moeder arriveren. Ze moet aanwijzen waar ze heen moeten, mee naar boven. Op dat moment begint ze te gillen, een paniekaanval rolt over haar heen.

Wat ze nog weet, is dat de twee agenten van even ervoor opnieuw voor haar neus staan en tegen haar schreeuwen: ,,Waarom heb je net niets gezegd? Dan was dit niet gebeurd!”

Nu zegt ze: ,,Ik had misschien ‘ja’ moeten zeggen toen de politie vroeg of ik gebeld had. Maar ik was bang. Ik dacht dat hij me iets aan zou doen, ook al stond die agent daar.

Het ging ook allemaal heel snel. Ik had iets anders kunnen doen, maar de politie had ook veel anders kunnen doen. Waarom kunnen ze dat niet toegeven?”

Verhoor
De politie neemt de man wel mee voor verhoor. Hij zal vervolgens in ieder geval een week vast blijven voor andere, eerdere vergrijpen.

Volgens de politie wordt hij niet vastgehouden en voorgeleid voor de verdenking van de ver krachting.

De politie wil in het belang van het onderzoek niet ingaan op vragen van de Stentor over waarom de man niet is aangehouden in deze zaak.

Uit onderzoek naar zijn justitieel verleden blijkt dat hij gedetineerd was en tussen 2017 en 2019 twee keer voor rijden onder invloed voor de politierechter heeft gestaan.

Ze wil meteen aangifte doen, maar in Nederland wordt alleen eerst een melding door de politie verwerkt en krijgt het slachtoffer twee weken bedenktijd.

”De meeste slachtof­fers hebben geen blauwe plekken omdat ze zich niet verzetten”
– Iva Bicanic, klinisch psycholoog en directeur-bestuurder van het Landelijk Centrum S*ksueel Geweld

,,Sommige slachtoffers weten heel zeker dat ze aangifte willen doen. Dan moeten ze ook meteen daartoe de kans krijgen”, zegt Iva Bicanic, klinisch psycholoog en directeur-bestuurder van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld.

Volgens Bicanic zijn niet alle slachtoffers van ver krachting gebaat bij het doen van aangifte. Vaak wil de omgeving het wel, vaders, moeders, vrienden van het slachtoffer.

De bedenktijd van twee weken wil minister Ferd Grapperhaus (CDA, Justitie) afschaffen om slachtoffers te helpen, maar Bicanic is het daar niet mee eens.

,,Omstanders voelen zich boos en machteloos dat zij het slachtoffer niet hebben kunnen beschermen.

Maar als je puur kijkt naar het belang van het slachtoffer, dan is het heel erg goed om er goed over na te denken en met een slachtofferadvocaat te bespreken of je die aangifte wel of niet moet doen.”

De helft van de slachtoffers van verkrachting heeft na een half jaar PTSS, weet Bicanic. ,,Zij hebben veel moeite hun leven weer op de rit te krijgen, het voelt alsof hen iets is afgenomen, ze voelen zich fundamenteel veranderd.

Het allerbelangrijkste voor slachtoffers is dat ze serieus worden genomen en dat er naar hen wordt geluisterd. Victim blaming is echt uit den boze, dat kun je er niet bij hebben.”

Het bewijzen is lastig. ,,De meeste slachtoffers hebben geen blauwe plekken omdat ze zich niet verzetten. Niks doen of meewerken is normaal slachtoffergedrag. Ze bevriezen, uit angst.”

Lees ook  Vrouw met baby heeft relatie met afschuwelijke pedo terwijl ze weet wat hij met 7 jarig meisje heeft gedaan

Personeelstekort is enorm
Volgens Bicanic zijn landelijk 700 zedenrechercheurs te weinig om zaken goed te kunnen onderzoeken.

Daar zit wat haar betreft het echte probleem. ,,Het personeelstekort is enorm, het aantal zedenzaken blijft maar stijgen.” Dat aangiften daardoor te lang op de plank blijven liggen, is een bekend probleem.

Binnen zes maanden na aangifte zou een dossier bij het Openbaar Ministerie moeten zijn, maar die termijn wordt vaak niet gehaald.

Van de politie hoort Ellen na die nacht niets meer. Als Ellen na aandringen een datum voor de aangifte heeft, 4 augustus, belt de politie af.

Wegens personeelstekort moet ze op een andere datum komen, 10 augustus. Als ze op het bureau is, krijgt ze meteen de indruk dat de focus niet ligt op het onderzoek naar de ver krachting, maar op het handelen van de politie.

”Ik wil andere meiden waarschu­wen, doe dat sporenon­der­zoek als je zoiets overkomt. Ook al is het klote, maar dan heb je een zaak”
– Ellen, slachtoffer

Ze vragen wat ze aanhad die avond. Een coltrui en een rokje. ,,Niet uitdagend, zei ik. Maar toen zeiden ze: ‘Nou, je rokje was wel heel kort hoor!’ en moesten allebei lachen.

Ze vonden dus dat het wel uitdagend was en ik het daardoor over mezelf had afgeroepen.” De agenten zijn volgens haar vooral uit op een bevestiging van haar kant dat ze niet ver kracht was geweest als ze meteen bij de agenten in de bewuste nacht had gezegd dat zij wél degene was die had gebeld dat ze zich bedreigd voelde.

Alleen maar verdedigen
Tijdens de aangifte moet ze vaak huilen uit onmacht, waarop de rechercheurs een doos tissues voor haar neus neerzetten. ,,Ze hebben gewoon zijn kant gekozen, zo lijkt het.”

Ze is bang dat haar zaak geseponeerd gaat worden wegens gebrek aan bewijs. Ook heeft ze te horen gekregen dat andere urgente zaken vóór de hare gaan.

Maar ze wil dat de dader gestraft wordt voor wat hij heeft gedaan. Dat het echt niet mag en echt niet kan als iemand keer op keer ‘nee’ zegt.

,,Ik wil andere meiden waarschuwen, doe dat sporenonderzoek als je zoiets overkomt. Ook al is het klote, maar dan heb je een zaak.

Ik ben het vertrouwen verloren in de politie. Zij zouden je toch moeten helpen? Als je bij hen al niet terecht kan, als zij je al niet serieus nemen, wie dan wel?”

* Voor dit artikel is gesproken met meerdere bronnen die bekend zijn bij de redactie. Zij willen uit veiligheidsoverwegingen niet met hun naam vermeld worden.

Reactie politie Oost Nederland:
,,Wij hebben in de nacht van 23 juli omstreeks 3.45 uur een melding ontvangen van iemand die op straat zou worden lastiggevallen. We zijn naar die melding toe gegaan.

We hebben daar een aantal personen getroffen die allen aangaven dat er niets aan de hand was en dat zij de politie niet hadden gebeld. Daarmee was er voor de agenten ter plaatse geen enkele aanleiding actie te ondernemen.

Door de personen werd aangegeven dat mogelijk anderen aan de andere zijde van het winkelcentrum een melding hadden gedaan.

Daarop hebben de agenten een kort rondje (ongeveer 1 minuut) gereden om het winkelcentrum, waarna zij weer terugkwamen bij de eerst getroffen personen.

Daar troffen zij alleen nog een jongen aan die aangaf dat zij toch wel de melding hadden gedaan. Daarop zijn de agenten actief en onophoudelijk op zoek gegaan naar de andere twee personen.

Omstreeks 4.30 uur kregen we een melding van een mogelijk zedenincident. Ook naar die melding zijn we toe gegaan. Het onderzoek naar deze zedenzaak loopt nog. Daarover doen we verder geen mededelingen.

In een zedenzaak wordt altijd gestart met een informatief gesprek met een slachtoffer. In zo’n gesprek wordt aan een slachtoffer uitgelegd wat een zedenprocedure inhoudt en worden de mogelijkheden en onmogelijkheden geschetst.

Het gaat vaak over een langdurig traject, dat veel impact kan hebben op een slachtoffer. Dat proberen we altijd goed uit te leggen. In dit soort zaken zullen wij mensen nooit ontraden om aangifte te doen.

Na een informatief gesprek krijgt een slachtoffer bedenktijd. Daarna kan een slachtoffer aangeven of hij of zij aangifte wil doen.

Zo’n aangifte volgt meestal binnen twee weken na het informatieve gesprek, maar soms lukt dat niet door omstandigheden.”

De politie wil in het belang van het onderzoek niet inhoudelijk ingaan op vragen over de aangifte van Ellen.

Inmiddels heeft één van de getuigen de Stentor laten weten op 27 augustus gehoord te zijn, maar de politie wil dat niet bevestigen.

De Stentor heeft ook vragen gesteld aan de politie over de wijze waarop Ellen het handelen en het doen van aangifte heeft ervaren.

Daarover heeft woordvoerder Ruud Visser van de politie aangegeven vooralsnog geen aanleiding te zien voor een intern onderzoek.

Vrouw eet buikje vol en plast op klaarlichte dag in gang naast restaurant

Sadististen jagen gepeste jongen (16) de dood in